President Trump heeft plannen aangekondigd om grote technologiebedrijven te dwingen een groter deel van de kosten te dragen die gepaard gaan met het voeden van hun snelgroeiende datacenters. Deze stap komt op een moment dat de elektriciteitsprijzen landelijk stijgen, deels gedreven door de energie-intensieve eisen van de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie.
Stijgende elektriciteitskosten en de AI-boom
De groei van AI creëert een ongekende vraag naar elektriciteit. Nieuwe datacenters, essentieel voor AI-operaties, verbruiken evenveel stroom als kleine steden, en vereisen vaak miljarden aan netwerkupgrades. Momenteel worden deze upgradekosten vaak verdeeld over alle nutsklanten, wat de bezorgdheid doet rijzen dat de gemiddelde huishoudens hun rekeningen zullen zien stijgen.
De heer Trump verklaarde dat technologiebedrijven “de verplichting hebben om in hun eigen energiebehoeften te voorzien”, wat suggereert dat ze zelfs speciale energiecentrales zouden kunnen bouwen om te voorkomen dat ze andere belastingbetalers belasten. Zijn regering omschrijft dit als een ‘beschermingsbelofte voor de belastingbetaler’.
Druk in het Witte Huis en praktische zorgen
Het Witte Huis heeft volgende week een bijeenkomst gepland waar technologiebedrijven zich formeel zullen committeren aan de belofte. Deskundigen vragen zich echter af hoe dergelijke overeenkomsten zullen worden afgedwongen. Het kan moeilijk zijn om te verifiëren of bedrijven werkelijk de volledige kosten van hun energieverbruik dekken.
De timing van deze aankondiging roept ook politieke overwegingen op. Republikeinse functionarissen vrezen naar verluidt dat stijgende elektriciteitsprijzen hun vooruitzichten bij de komende tussentijdse verkiezingen kunnen schaden.
Het initiatief van de president weerspiegelt de groeiende bezorgdheid over de economische en politieke gevolgen van de energievoetafdruk van AI. Of dit zich vertaalt in tastbare opluchting voor de consument valt nog te bezien.
De regering gokt erop dat publieke druk ervoor zal zorgen dat technologiebedrijven hieraan gehoor geven, maar de gevolgen op lange termijn voor de netwerkinfrastructuur en de elektriciteitsmarkten blijven onzeker.























