Een 17e-eeuws doek van Jan Steen legt het exacte moment vast waarop het geduld breekt. In “Argument Over a Card Game” veroorzaakt een gemorst backgammonbord een letterlijk zwaardgevecht. Het is een barokke explosie van woede die één ding duidelijk bewijst: dit bordspel is intens. Het is spannend genoeg om kalme mensen naar staal te laten grijpen.
Het schilderij onthult meer dan alleen historische woede. Het laat zien hoe backgammon de vrije tijd millennia lang heeft gedomineerd. Historici traceren de oorsprong van het spel 5000 jaar terug. Vroege spelers gooiden dobbelstenen die uit menselijke botten waren gesneden. Ze noemden het echter geen backgammon. De term zelf is relatief nieuw. Het verscheen voor het eerst in druk in 1645. Daarvoor droeg het spel veel namen.
De Romeinen verspreidden het spel over hun rijk. Ze noemden het ‘duodecum scripta et tabulae’. Iedereen noemde het gewoon ‘tafels’.
Waarom backgammon koud werd en warm terugkwam
Aan het begin van de 20e eeuw vervaagde het spel. Mensen wilden snellere spanning. Ze wilden niet wachten op lange wedstrijden. Toen kwam 1925.
Een backgammon-liefhebber veranderde de inzet. Hij verdubbelde de weddenschappen. Deze innovatie leidde tot een opleving. Het bracht ook chouette, een multiplayer-formaat, met zich mee. Deze veranderingen hielden het spel levend. Tegenwoordig reizen spelers de hele wereld over voor toernooien. Voor digitale wedstrijden loggen ze online in.
Toch blijft de kern onveranderd. Het zijn nog steeds twee vrienden in een kroeg. Ze racen met hun schijven van het bord. Ze vechten voor trots.
De essentiële installatie
Voordat je over dobbelstenen kunt discussiëren, heb je de juiste uitrusting nodig. Het backgammonbord is niet onderhandelbaar. Zonder dit is er geen spel.



















